Elin 2011

Een dagje Educare

Mijn naam is Elin en tijdens mijn vrijwilligerswerk bij het Ubomi Obutsha Centre heb ik veel meegedraaid op de Educare, de crèche voor kinderen van drie tot zes jaar. Wanneer de kinderen zes jaar zijn, gaan ze namelijk naar de basisschool. De kinderen waren er meestal al tegen half acht ’s ochtends, maar wij als vrijwilligers werden tegen half negen verwacht. De kinderen speelden dan altijd op het pleintje voor het centrum. Omdat daar een muur omheen staat, prijkten er slechts een aantal koppies boven het muurtje uit die nieuwsgierig de straat afspeurden en ‘mama, mama’ naar je roepen (alle vrouwelijke medewerkers worden aangesproken met ‘mama’ of ‘sissie’).De kinderen bleven tot een uur of negen buiten (of iets langer, in Zuid-Afrika komt het niet op een paar minuten eerder of later aan), daarna moesten ze naar binnen.

Eenmaal binnen gingen ze naar een klein lokaal, waar ze in een rij stonden, meisjes en jongens gescheiden, beiden van groot naar klein. Daar werd gezongen en gebeden, soms in Xhosa, soms in het Engels, soms in een mix. De liedjes waren gebeden of versjes waarmee ze bijvoorbeeld de maanden in het Engels leerden. Ondertussen werden de kinderen geteld, zodat de keuken wist hoeveel bordjes pap klaargemaakt moesten worden en wij als vrijwilligers wisten hoeveel tafels we klaar moesten zetten in de grote zaal. Er zijn beurten voor wie de stoelen bij de tafels moeten zetten (de jongere kinderen) en wie het eten moeten uitdelen (de oudere kinderen).  Op deze manier leren ze ook dat ze niet zomaar eten krijgen, maar daar iets voor terug moeten doen. Na het eten volgde een van de meest schattige momenten van de dag. De muziek wordt aangezet en de kinderen gaan dansen. Superleuk, ook al weten ze niet altijd alle pasjes, maar ze zijn volenthousiast en willen allemaal je aandacht. De liedjes hadden allemaal een religieuze boodschap, maar het hoogtepunt was toch echt de Macarena.

Vervolgens wordt na het dansen af en toe nog een spelactiviteit gedaan, zoals de lokale versie van zakdoekje leggen, stoelendans of een estafette, waarbij de mama’s die de kinderen helpen zo mogelijk nog enthousiaster zijn dan de kinderen zelf! Voorlezen is het volgende punt op het programma. Vaak is het een Bijbelverhaal, zoals De ark van Noach. Het verhaal wordt in het Engels voorgelezen, waarna het vertaald wordt in het Xhosa. Na het lezen van het verhaal wordt dit nog met de kinderen besproken. Vaak gebeurt dat ook nog één of twee dagen na het voorlezen. Wat me dan het meest opviel was dat wanneer de kinderen niet het goede antwoord wisten, ze tegen de muur moesten staan en één voet op moesten tillen, als soort van straf. Ze moesten net zo lang blijven staan tot alle kinderen aan de beurt waren geweest, dus pech voor degene die aan het begin van de groep zat en geluk voor degene die aan het eind van de rit kwam. Niet helemaal eerlijk dus. Maar in ieder geval beter dat dan een tik over je vingers, wat ook nog wel eens voor wilde komen. In Zuid-Afrika is dat nog heel normaal, maar gelukkig komt hier wel verandering in en worden andere manieren van straffen gevonden.

Na het voorlezen werd er de ene keer een knutselactiviteit gedaan en de andere keer was er tijd om te spelen. Het knutselen gebeurde in twee groepen, de kleinere en de grotere kinderen zaten apart. Alles gebeurt in Xhosa, dus voor mij is het handen en voeten gebruiken om alles duidelijk te maken. En als je vier van die kleintjes aan je tafeltje hebt die allemaal je aandacht en uitleg willen, dan is het toch best lastig uit te leggen dat je niet dwars door het papier moet knippen, maar over de lijntjes van de plaatjes. Enfin, uiteindelijk lukt dit meestal wel en het resultaat komt in een mooi eigen mapje.

Na het knutselen of spelen, was het ‘snack time’. De kinderen mochten naar buiten en kregen daar nog een tussendoortje, meestal iets in de trend van toastjes en soms een sandwich pindakaas-jam of fruit (wat dan wel weer left-overs van supermarkten zijn en waar de rotte plekken van afgesneden moeten worden). De kinderen wachten geduldig in een rij tot ze wat krijgen en smikkelen alles op. Eten van elkaar afpakken gebeurt niet, eerder wordt eigen eten weggegeven aan een ander kindje dat het misschien harder nodig heeft.

Zo tegen het middaguur is het tijd voor een middagslaapje. Binnen in de zaal liggen op de grond matrasjes klaar en nadat de kinderen na de wc zijn geweest en handen hebben gewassen gaan ze slapen. Maar natuurlijk niet voordat ze hard op je af komen rennen, zodat ze hoog in de lucht gezwierd worden voor ze een plekje op een matrasje krijgen! Heerlijk! De meeste kinderen zijn er ook aan toe om te slapen en hebben dit echt nodig. Na ruim een uur moeten ze dan ook echt wakker gemaakt worden en dat is niet altijd even fijn als je net ver in dromenland was. Samen met de kinderen worden de matrassen weer opgeruimd en worden de tafels en stoelen klaargezet voor het middageten. De kinderen krijgen elke dag een warme maaltijd die door de mama’s van het Ubomi Obutsha Centre wordt bereid. Ook dit eten wordt gemaakt met left-overs van de supermarkten. In de tijd dat ik er was,  hadden ze een flinke lading tonijn in blik gekregen, waardoor er vier van de vijf dagen tonijn op het menu stond, maar wel elke keer weer anders: tonijn met bonen, tonijn met rijst, tonijn met pasta, enfin, er is vrij veel te doen met tonijn. En ook dan smikkelen de kinderen alles op.

Na het eten zit het programma er zo goed als op en moeten alleen nog de tanden worden gepoetst. En dan valt op dat veel kinderen toch wel een erg slecht gebit hebben. De gaten zitten er in en flink wat kinderen mist zelfs een aantal tanden. Dan is het maar goed dat dit nog melktandjes zijn en dat hun blijvende tanden nog komen. Belangrijk dus voor hen om te leren dat poetsen erg belangrijk is. Inmiddels worden de eerste kinderen ook al weer opgehaald door hun moeder, vader, broer, zus, oma of iemand anders. Waardoor ik me er weer bewust van wordt dat hun gezinnetjes niet altijd koek en ei zijn, dat het niet vanzelfsprekend is dat mama of papa je op komt halen, dat je soms toch lang moet wachten voor je opgehaald wordt, of dat je helemaal niet opgehaald wordt en naar huis gebracht moet worden… Dan ben ik blij dat het Ubomi Obutsha Centre er is, omdat ik zie dat de kinderen daar vrolijk zijn en plezier kunnen maken in de hoop dat ze een fijnere toekomst tegemoet gaan. Omdat ik ze zo graag een ‘nieuw leven’ gun.

 

<< Terug naar overzicht

Niet meer mogelijk om te reageren.